Geplaatst in Eigen werk

De Hollandse School 2.0 als leidraad voor betere jeugdopleidingen

Het Nederlandse voetbal zit in een negatieve spiraal. Europees kunnen de Eredivisie-clubs moeilijk meekomen, de uitzondering van PSV in de Champions League daargelaten, en het Nederlands elftal kwalificeerde zich niet voor het Europees Kampioenschap in Frankrijk. De Hollandse School 2.0 moet het vaderlandse voetbal vooruithelpen. Een initiatief dat in het leven geroepen is door de KNVB. De focus ligt daarbij vooral op de jeugdopleidingen van de betaald voetbalorganisaties.


Door Robin Tibbe


In 2014 kwamen de hoge heren uit de voetbalwereld bij elkaar in Utrecht voor een congres. Daaruit zijn elf punten naar voren gekomen, wat als werktitel de Hollandse School draagt. In mei is die titel aangepast naar De Winnaars van Morgen. De meningen over het nut van de bijeenkomst lopen sterk uiteen. “Ik ben daar niet zo fan van, van die ad hoc dingen”, vertelt Art Langeler, hoofd jeugdopleiding bij PSV. “Het is prima dat je nadenkt over dingen die beter kunnen, maar het is een soort van mediastunt. Bovendien vind ik het beeld dat geschetst wordt wel meevallen. In tegenstelling tot de meeste mensen ben ik heel positief over de manier waarop Nederlandse jeugdspelers zich ontwikkelen.”

Huidige situatie
Het is zichtbaar dat de Eredivisie-clubs Europees steeds minder te vertellen hebben. Zo wist Ajax enkele seizoenen op rij de groepsfase van de Champions League niet te overleven, had de subtop van de Eredivisie het enorm lastig tegen relatief onbekende clubs uit landen als Azerbeidzjan en Luxemburg en was de voorronde van de Europa League vaak het eindstation. De tendens die daarbij komt kijken is dat de gemiddelde leeftijd van de selecties omlaag gaat en dus het verwachtingspatroon van jeugdspelers groeit. De KNVB wil op dat vlak verbeteringen doorvoeren zodat de jongelingen uiteindelijk het gat op kunnen vullen dat door ervaren spelers is achtergelaten.

Bijna alle ploegen in de Eredivisie hebben gemiddeld genomen een jongere selectie dan vijf jaar terug.
Bijna alle ploegen in de Eredivisie hebben gemiddeld genomen een jongere selectie dan vijf jaar terug.

De negentienjarige Keziah Veendorp is zo’n speler die op jonge leeftijd werd doorgeschoven naar het eerste elftal, in zijn geval bij FC Groningen. “Je ziet nu eigenlijk alleen maar jongens die worden doorgeschoven en met het eerste moeten trainen. De clubs moeten ook wel. Als jij op een gegeven moment uit eigen jeugd spelers wil halen, dan is dat de manier om het doen. Ik was zelf zestien toen ik meetrainde bij het eerste elftal. Die stap was wel groot.” Kingsley Ehizibue zit bij PEC Zwolle in eenzelfde soort situatie. De twintigjarige speler is dit seizoen zelfs basisspeler. “Soms heeft een club geen keus met het doorschuiven van jeugdspelers. Soms moet je wel omdat de selecties niet heel groot zijn.”

Door de focus meer op de jeugdspelers te leggen wil de KNVB een brede basis leggen voor de toekomst. Een punt van aandacht is daarbij de ontwikkeling van de spelers. Mede daarom start na de zomer de Tweede Divisie. Die divisie is in het leven geroepen om de doorstroom van amateurploegen naar het betaalde voetbal mogelijk te maken. Vanaf volgend seizoen worden de beloften verdeeld over de Jupiler League, Tweede Divisie en Derde Divisie. “Die competities worden zo ingericht dat ook de beloftenteams meer weerstand krijgen”, luidt het standpunt van de voetbalbond.

Vroeger
Ricardo Moniz en Jan van Loon hebben allebei veel ervaring met het werken met jeugd. Moniz had de opleiding van Tottenham Hotspur onder zich, terwijl Van Loon nu jeugdtrainer is bij Arsenal. Als ze aan hun ligt gaan alle clubs terug naar de basis, terug naar vroeger. “Het is veel te gecompliceerd geworden”, is de mening van Moniz. “Daarin slaat iedereen door, niet alleen in Nederland. Denk je dat Pelé statistieken had? Hij heeft 1300 doelpunten gescoord in een tijd dat het allemaal op intuïtie ging, op gevoel. Je moet terug naar de basis. We hebben vanuit Zeist een goede basisopleiding met teamtactische kennis. Alleen is de vraag hoe je leidend kan blijven. Ik hoop echt dat we in Nederland weer de kwaliteiten krijgen die we vroeger hadden.”

De elf punten van de Hollandse School 2.0
De elf punten van de Hollandse School 2.0

“Het geeft niet dat je terug moet vallen op jeugdspelers”, vervolgt Moniz. “Maar dan moet je die opleiding anders maken. Dan moet je op jongere leeftijd anders gaan trainen. Je moet dus veel breder opleiden. Het is een soort tweespalt voor Nederland.” Van Loon, zelf jeugdtrainer bij Arsenal en voorheen actief voor de KNVB, kan zich vinden in de mening van zijn collega. “Ik denk dat iedereen zegt dat we terug moeten naar de basis. Ik denk dan vooral aan de spelvreugde bij de jeugd, met name de jongere jeugd.

Huidige ontwikkeling
De clubs zitten ondertussen niet stil en zijn bezig met de punten die terug te voeren zijn op de Hollandse School 2.0. Daarmee is de focus volledig naar de jeugd verschoven. AZ is bezig met het aanleggen van een gloednieuw trainingscomplex. Het ontbreekt de Alkmaarders qua faciliteiten straks aan niets. Daarnaast is het een van de weinige clubs die bewust bezig is met straatvoetbal. Eens per maand gaan de elftallen naar een parkeerplaats of een viaduct om te straatvoetballen.

Bij PSV besteden ze onder meer aandacht aan de eigen verantwoordelijkheid van de jeugdspelers. Volgens Art Langeler zijn de talenten in Nederland te lang verwend. De aandacht voor eigen verantwoordelijkheid is terug te zien op de velden bij de kampioen van Nederland. Enkele duels per seizoen geven de trainers geen enkele aanwijzing tijdens de wedstrijd. De spelers moeten zichzelf zien te redden en op zoek gaan naar oplossingen. Na afloop evalueert de technische staf het proces met de talenten. Zo is elke club op zijn eigen manier bezig met de toekomst van zijn spelers.

“Soms heeft een club geen keus met het doorschuiven van jeugdspelers”

Veendorp en Ehizibue zijn allebei spelers die een groot gedeelte van de jeugdopleiding bij hun huidige club hebben doorlopen. Zij kunnen zich vinden in het beeld dat de eigen verantwoordelijkheid steeds minder is geworden. “Er wordt veel voor je geregeld”, zegt Ehizibue. Veendorp sluit zich daar bij aan, maar plaatst de kanttekening dat het per speler verschillend moet zijn. “Ik denk dat het goed is als je de echte talenten veel aandacht geeft. Niet iedereen hoeft een leider te zijn, maar moet wel herkennen wat je moet doen.”

Langeler: “We hebben hier alles, als je hier bij topsport tegen een tegenslag aanloopt, is er altijd wel een alternatief. Je gaat studeren of werken, zelfs als je niet werkt hoef je je niet druk te maken dat je niks te eten hebt. Wat ik overigens prima vind, laat dat duidelijk zijn. In die luxe wordt minder van je gevraagd. Die overlevingsdrang bezitten wij Nederlanders niet van nature. In Eindhoven zijn we druk bezig de eigen verantwoordelijkheid te stimuleren. We zijn er om de spelers te helpen, maar we nemen het niet van ze over.”

Straatvoetbal
Het terugbrengen van straatvoetbal kan op veel voorstanders rekenen. Dat moet ervoor zorgen dat de weerstand van de talenten omhoog gaat en ook de fysieke ontwikkeling verbetert. Daarin schuilen twee punten van de Hollandse School 2.0. “Dat kun je heel makkelijk terugbrengen”, stelt Moniz. “Tegenwoordig wordt er niet meer gespeeld op straat. Dat wordt funest voor Nederland. In andere landen spelen ze nog wel op straat. Daarover hoor ik niemand met ideeën. Het terugbrengen van straatvoetbal, zelfstandigheid en zelfwerkzaamheid, daarin kun je onderscheidend zijn ten opzichte van anderen. Het allerbelangrijkste is de basis verbeteren, door middel van het terugbrengen van straatvoetbal.”

Langeler is een voorstander van het terugbrengen van straatvoetbal, maar denkt dat daar niet de volledige focus moet liggen. Volgens de hoofd jeugdopleiding en de voormalig trainer van PEC Zwolle moet aan de werkintensiteit van de talenten gewerkt worden. “Kinderen gingen van nature naar buiten, want binnen was niks te doen. Dan was je zo tien uur per dag bezig met sport. Dat zie je nu niet meer. Dat is niet goed of slecht, want dat is gewoon veranderd. Als wij willen dat de kinderen motorisch weer net zo sterk worden als wij twintig jaar geleden, moeten we dat terugbrengen. Als dat niet kan met het onderwijs, of in de thuissituatie, dan moeten wij als club onze verantwoordelijkheid nemen. Het voetballen zo maken zoals het vroeger was.”

Geduld
Doordat de jeugdopleidingen een belangrijke rol gaan spelen, komt er automatisch meer druk op de schouders van de talenten te liggen. Het is voor de clubs dan ook lastig de ongeduldigheid van de toppers in de dop te temperen. Ook dit seizoen zijn er enkele spelers van zestien, zeventien en achttien die hun debuut hebben gemaakt in het eerste elftal van een Eredivisie-club. Zoals Mitchell van Bergen (16) bij Vitesse en Giovanni Troupée (18) bij FC Utrecht. Langeler denkt dat vooral de omgeving ongeduldig is, niet zozeer de club. De invloed van zaakwaarnemers en familie wordt bij PSV dan ook niet onderschat.

“Als je hier bij topsport tegen een tegenslag aanloopt, is er altijd wel een alternatief”

“Er wordt af en toe heel veel druk gezet op een kind”, zo merkt Veendorp op. “Dat heb ik ook met mijn eigen ouders gehad, dat ze dachten dat ik de hele wereld aankon. Maar laat mij gewoon mijn ding doen, dan komt het wel goed. Als je dat als kind kunt aangeven, dan zit je denk ik op een goede lijn met je ouders. Je hebt bijvoorbeeld vaders die zo fanatiek zijn omdat ze het zelf net niet gehaald hebben en willen dat hun kind wél slaagt. Voor sommigen kan dat negatief uitpakken. Het is belangrijk dat de clubs daar met de spelers over praten.”

Voetbalcultuur
Een opvallend punt bij de Hollandse School 2.0 is dat er meer nadruk moet komen te liggen op verdedigen, terwijl tegelijkertijd geopperd wordt vast te houden aan de eigen voetbalcultuur. De Nederlandse voetbalcultuur bestaat van oudsher uit een aanvallende spelopvatting. Daarmee is het wereldwijd bekend geworden en was het succesvol op het WK in 1974 en het EK in 1988. In het buitenland bestaat er echter meer aandacht voor het verdedigende aspect, waardoor de mening bij de KNVB is gevormd daar ook meer nadruk op te leggen. Dat kan niet op de goedkeuring van iedereen rekenen.

“Typische een uitspraak die komt vanuit ex-verslaggevers en ex-topspelers”, zo omschrijft Van Loon het aandachtspunt. “Zij missen de complete context. Dat is helemaal niet de manier waarop wij in Nederland georganiseerd zijn. Ik denk dat het resultaat van het laatste WK en het WK daarvoor ook zat in de omschakelmomenten van het verdedigen naar het aanvallen. De focus op het verdedigen is niet de oplossing voor Nederland, ik denk niet dat de mensen daar gelukkig van worden.”

Ook Langeler is kritisch. “Het is typisch een term die komt vanuit mensen die even zitten te kijken en zeggen we kunnen niet verdedigen. De Nederlandse voetbalcultuur is voornamelijk een cultuur waarin we willen aanvallen. Daar zijn we groot mee geworden, daar staat Nederland in de hele wereld om bekend. We zijn creatief en willen nieuwe dingen ontdekken. We zijn een van de weinige landen die aanvallen, laten we dat nou vasthouden. Natuurlijk moet er aandacht zijn voor het verdedigen, maar niet meer dan dat. Zeker niet als hoofdzaak. Als wij ons gaan aanpassen aan de internationale voetbalcultuur, dan is de kans nul dat we onderscheidend blijven. Laten we vooral steeds iets anders blijven doen dan anderen. We zijn ongetwijfeld in staat iets nieuws te bedenken. Niet in paniek raken. De spelers en trainers zijn goed genoeg.”

De prestaties van Nederlandse clubs in Europa de afgelopen drie jaar.
De prestaties van Nederlandse clubs in Europa de afgelopen drie jaar.

Trainers
De mensen die het uiteindelijke proces in gang moeten zetten en voor de waarborging van de kwaliteit zorgen, zijn de jeugdtrainers. Ook zij moeten zich ontwikkelen, volgens de KNVB. Niet alleen het niveau van de jeugdspelers moet omhoog, maar ook van de begeleiding. Langeler vindt dat het begint bij de trainersopleiding van de KNVB. “Die zit niet goed in elkaar. De trainersopleiding moet eigenlijk gericht zijn op het individu. Richt de cursus zo in, dat de trainer de dingen leert die hij nodig heeft. De oud-voetballer heeft bijvoorbeeld meer baat bij de pedagogische kant.”

De hoofd jeugdopleiding van PSV constateert vooral een tweedeling. De gemiddelde jeugdtrainer is voornamelijk een trainer die zelf gevoetbald heeft. “Zij hebben een eenzijdige opleiding gehad. Ze kunnen goed voetbaldingen vertalen naar spelers. Maar de trainers met een ALO of pedagogische achtergrond zie je minder. Zij bekleden vaak wel de belangrijkste functies. Als die mix goed is, dan ben je al een heel eind.”

Van Loon adviseert om meer uit de comfortzone te stappen en open te staan voor invloeden van buitenaf. “We stellen niks voor in de wereld, dat denkt iedereen maar. Omdat iedereen in die comfort zone blijft zitten. We moeten minder krampachtig zijn als iemand zegt dat het ook anders kan. We laten nog te vaak organisatorische dingen het uitgangspunt zijn voor de dingen die we doen in plaats van echt de speler centraal te stellen in alles. Daar zijn andere sporten beter in.”

Geplaatst in FOX Sports

Lukaku: Zoals Vardy, maar zonder strafschoppen

Romelu Lukaku draait momenteel op volle toeren in de Premier League. De Belgische spits heeft na vijftien wedstrijden al elf keer gescoord. Een gemiddelde waarmee hij niet had misstaan bij voormalig werkgever Chelsea, dat hem in 2014 aan Everton verkocht.

Everton huurde de afmaker in 2013 een jaar van Chelsea en besloot vervolgens tot koop over te gaan. Na twee prima seizoenen bij de club uit Liverpool is Lukaku nu echt op dreef. In zijn eerste voetbaljaargang op Goodison Park kwam de international tot vijftien doelpunten in 31 duels en vorig seizoen stond de teller na 36 wedstrijden op tien treffers.

Vardy zonder strafschoppen
Dit seizoen heeft Lukaku elf doelpunten na vijftien Premier League-duels en is hij op weg om zijn eigen record te verbreken. Bij West Bromwich Albion (2012/2013) scoorde Lukaku zeventien goals in 35 wedstrijden. Al zijn treffers van dit seizoen waren velddoelpunten, want de strafschoppen bij Everton worden genomen door Ross Barkley. Daarmee staat Lukaku samen met Jamie Vardy van Leicester City bovenaan als het gaat om het aantal velddoelpunten.

 Speler  Doelpunten  Gescoorde penalty’s
 Sergio Agüero  7  0
 Olivier Giroud  8  0
 Romelu Lukaku  11  0
 Jamie Vardy  14  3
 Callum Wilson  5  1
 Odion Ighalo  9  0
 Riyad Mahrez  10  2

Deulofeu
Lukaku is niet de enige speler die zijn vorm te pakken heeft. Gerard Deulofeu is eveneens aan een uitstekend seizoen bezig. Maar liefst vijf keer gaf de Spaanse buitenspeler een assist op Lukaku. Slechts eenmaal was hij de aangever voor Arouna Koné, die samen met Lukaku de voorhoede van Everton vormt. Ook afgelopen weekeinde sleepte het duo samen een punt binnen voor Everton. Vlak voor tijd tikte Lukaku op aangeven van Deulofeu de 1-1 binnen tegen Crystal Palace.

Talent

Lukaku heeft altijd al te boek gestaan als een groot talent. Zijn kwaliteiten werden erkend door de Belgische topclub Anderlecht. Op zestienjarige leeftijd zette hij bij die club zijn handtekening onder zijn eerste profcontract. Nog geen jaar later maakte hij zijn debuut. Drie seizoenen hebben ze in België kunnen genieten van de goalgetter, voordat hij overstapte naar Chelsea.

Bij de Londenaren lukte het Lukaku niet om een vaste waarde te worden. Toch maakte hij indruk tijdens zijn uitleenbeurt aan West Bromwich Albion. Het was niet voldoende Chelsea te overtuigen van zijn kwaliteiten. Bij Everton laat hij zien wel degelijk van grote waarde te kunnen zijn. Hij geniet dan ook alle vertrouwen van hoofdtrainer Roberto Martínez.

Publicatie: FOX Sports

Geplaatst in FOX Sports

Mesut Özil op eenzame hoogte in Europa

Hij deed in 2013 menig wenkbrauw fronsen met zijn overstap van Real Madrid naar Arsenal. Bovendien duurde het even voordat Mesut Özil zijn draai vond in Londen, maar inmiddels is de middenvelder los in de Premier League. In de vijf grootste competities staat Özil zelfs op eenzame hoogte.

De voorhoede van Arsenal zit niet verlegen om een aangever. De spitsen Olivier Giroud en Alexis Sánchez hebben met Özil een spelverdeler achter zich die ze blindelings vindt. Dat komt dit seizoen terug in de statistieken van de Duitser. De middenvelder gaf acht competitieduels op rij een assist: een record in de Engelse competitie. Bovendien is hij een meester in het creëren van kansen.

 Speler  Team  Wedstrijden  Assists
 Mesut Özil  Arsenal  13  11
 Douglas Costa  Bayern München  12  7
 Raffael  Borussia Mönchengladbach  14  7
 Kevin De Bruyne  Manchester City  12  6
 Riyad Mahrez  Leicester City  13  6
 David Silva  Manchester City   6  6
 Gerard Deulofeu  Everton  12  6
 Neymar  FC Barcelona  12  5
 Wahbi Khazri  Bordeaux  14  5
 Christian Eriksen  Tottenham Hotspur  11  5

Özil staat dan ook bovenaan als het gaat om meest gegeven assists in de vijf grootste competities van Europa. Met elf balletjes op maat heeft hij vier assists meer dan nummer twee Douglas Costa, de revelatie van Bayern München. Met ook nog eens 58 gecreëerde kansen voert Nemo de ranglijst aan en laat hij onder anderen Barcelona-ster Neymar (49) achter zich.

 Speler  Team  Wedstrijden Kansen gecreëerd
 Mesut Özil  Arsenal  13  58
 Neymar  FC Barcelona  12  49
 Ryad Boudebouz  Montpellier  15  48
 Dimitri Payet  West Ham  United  12  47
 Pascal Groß  FC Ingolstadt 04  14  42
 Wahbi Khazri  Bordeaux  14  40
 Eden Hazard  Chelsea  14  39
 Nolito  Celta de Vigo  13  37
 Mathieu Valbuena  Olympique Lyon  13  37
 Santiago Cazorla  Arsenal  14  37

Overbodig in Madrid
In de hoofdstad van Spanje krabben ze zich ongetwijfeld regelmatig achter hun oren. De technisch begaafde middenvelder was ook daar aangever pur sang. Toch achtte het bestuur van Real de aanwezigheid van Özil niet meer noodzakelijk na de komst van Gareth Bale. Het leidde tot frustratie bij Cristiano Ronaldo en Karim Benzema, die maar wat blij waren met de aanwezigheid van Özil. Bovendien voelde de international zich niet gewaardeerd door trainer Carlo Ancelotti.

De kans is groot dat Arsène Wenger zich in het begin ook heeft afgevraagd waarom hij ruim vijftig miljoen euro neertelde voor Özil. In zijn eerste twee seizoenen liet de Duitser slechts sporadisch zijn klasse zien en liep hij vaak wat verloren rond in het Emirates Stadium. Desondanks bleef Wenger vertrouwen houden in de spelmaker. Dat betaalt Özil dit seizoen dubbel en dwars terug.

Druk
Mede door zijn goede prestaties komt de druk steeds meer op de schouders van Özil te liggen. De afgelopen maanden zag hij diverse teamgenoten (Santi Cazorla, Alexis Sanchez, Theo Walcott, Jack Wilshere, Tomas Rosicky, Mikel Arteta, Danny Welbeck) geblesseerd afhaken, waardoor de spelmaker inmiddels heel Arsenal op sleeptouw moet nemen. Met zijn huidige vorm valt het niet uit te sluiten dat hem dat lukt.

Publicatie: FOX Sports

Geplaatst in FOX Sports

Vormcrisis Hazard tekenend voor teleurstellend Chelsea

De vormcrisis waar Eden Hazard mee te maken heeft is tekenend voor de teleurstellende resultaten van Chelsea dit seizoen. De Belgische spelmaker, vorig jaar van grote waarde voor de Engelse kampioen, weet zijn draai maar niet te vinden en dat geldt ook voor de rest van het elftal van trainer José Mourinho.

Hazard maakte als groot talent in 2012 de overstap van Lille naar Chelsea. In Londen etaleerde de international zijn klasse en groeide hij al snel uit tot een basisspeler. In zijn eerste volledige seizoen in de Premier League kwam de Belg al tot 34 wedstrijden en negen doelpunten. Maar met dertien assists was hij van nog grotere waarde als aangever.

De middenvelder weet vanuit het niets een actie te maken en menig defensie tot wanhoop te drijven met zijn dribbels. Een echt wapen, wat hij gedurende zijn periode op Stamford Bridge steeds beter heeft ontwikkeld. Met veertien goals en negen assists had Hazard een aanzienlijk aandeel in het kampioenschap van Mourinho en zijn mannen.

Hapering
Maar de motor van Hazard hapert dit seizoen, net zoals de rest van het elftal. Mourinho lijkt de controle over zijn team kwijt te zijn en Hazard is daar het perfecte toonbeeld van. Het lukt de international niet om zijn stempel op wedstrijden te drukken. Na tien duels moet Hazard genoegen nemen met twee assists. De Belg is lang niet zo dwingend aanwezig als hij zou willen.

Het is echter de hele ploeg die meedeelt in de malaise. Na tien speelronden staan de Londenaren op een teleurstellende plek. Chelsea heeft slechts vijf punten meer dan nummer achttien Sunderland, dat in de degradatiezone staat. Daarnaast werd de regerend kampioen dinsdagavond in de Capital One Cup uitgeschakeld door Stoke City. Strafschoppen moesten een winnaar aanwijzen en uitgerekend Hazard was de enige speler die zijn penalty gestopt zag door de keeper.

Mourinho weigerde na afloop van de bekerwedstrijd Hazard in het openbaar af te vallen, maar het mag geen geheim zijn dat de hoofdtrainer steeds meer de druk begint te voelen van de buitenwacht en zijn werkgever. Ondertussen staan volgens de geruchten Carlo Ancelotti en Guus Hiddink al aan de poort te rammelen om de plek van The Special One over te nemen. Een overwinning op Liverpool zou zeer welkom zijn voor Mourinho. Een duel dat Hazard wil aangrijpen om zijn vorm terug te vinden en zijn trainer te behoeden voor wellicht een vroegtijdig vertrek.

Publicatie: FOX Sports

Geplaatst in FOX Sports

Vijf memorabele Manchester derby’s

De confrontaties tussen Manchester United en Manchester City zijn altijd al zwaarbeladen geweest en dat zal zondagmiddag niet anders zijn. City is koploper in de Premier League, maar bij een zege van United passeert het elftal van trainer Louis van Gaal de nummer één op de ranglijst. De vijf meest memorabele Manchester derby’s op een rij.

Manchester United – Manchester City 4-1, augustus 1957
De ontmoeting tussen beide teams in augustus 1957 was de laatste keer dat de ploegen tegenover elkaar stonden voordat zich vijf maanden later de vliegtuigramp in München voltrok. Daarbij kwam een gedeelte van de selectie van Manchester United om het leven, waaronder Roger Byrne, Eddie Colman, David Pegg, Liam Whelan, Duncan Edwards en Tommy Taylor. Zij stonden tijdens de 4-1 zege allemaal op het veld.

Manchester United – Manchester City 0-1, april 1974
Het duel tussen United en City in april 1974 gaat de geschiedenisboeken in als de wedstrijd van Denis Law. Maar hij zal daar niet graag aan herinnerd worden. Voor Manchester United was de nederlaag tegen de stadgenoot het dieptepunt in het bestaan van de club, want daardoor degradeerde het naar de Championship. Uitgerekend Law was persoonlijk verantwoordelijk voor de degradatie.

Law had elf seizoenen op Old Trafford onder contract gestaan, maar maakte in 1973 de overstap naar City. De club waar hij eerder ook al twee seizoenen voor uitkwam. De aanvaller deed zijn plicht door te scoren voor City en het enige doelpunt van de wedstrijd te maken, maar hij zou het zichzelf nooit vergeven. Law was zo overstuur na zijn doelpunt dat hij de treffer niet vierde en zich meteen liet vervangen. Het was tevens zijn laatste seizoen als profvoetballer.

Manchester City – Manchester United 4-1, 14 maart 2004
Op het moment van deze wedstrijd snakten de supporters van Manchester City naar een overwinning op United. Het was immers al dertien jaar geleden dat werd gewonnen van Manchester United. In september 1989 was het met 5-1 overtuigend te sterk en dat herhaalde zich op maart 2004. In eigen stadion won City met maar liefst 4-1 van de eeuwige rivaal. De doelpunten kwamen op naam van Robbie Fowler, Jon Macken, Trevor Sinclair en Shaun Wright-Phillips. Tussendoor maakte Paul Scholes de eretreffer.

Manchester United – Manchester City 2-1, 12 februari 2011
Het was niet het spel van een van de twee ploegen, maar een doelpunt die de Manchester derby van 12 februari 2011 speciaal maakte. Na treffers van Nani en David Silva leken beide teams genoegen te nemen met een gelijkspel. Ware het niet dat Wayne Rooney wat anders in gedachten had. Een voorzet vanaf rechts werd van richting veranderd, waarna de Engelsman zich geen moment bedacht en een geweldige omhaal produceerde. De bal vloog hard in de kruising. Niet alleen waren de drie punten binnen, maar ook ging het doelpunt de hele wereld over.

Manchester United – Manchester City 1-6, 23 oktober 2011
Op Old Trafford voltrok zich op 23 oktober 2011 een wedstrijd waarin Mario Balotelli op meerdere fronten de show stal. De aanvaller opende de score door de eerste twee doelpunten te maken op Old Trafford, maar vooral de manier waarop hij één van die treffers vierde is lang blijven hangen bij de voetballiefhebbers. De Italiaan trok zijn shirt over zijn hoofd, waardoor zijn ondershirt te zien was. Daarop stond: ‘Why always me?’. Een provocatie van de spits.

Het was het startsignaal van een oorwassing voor United. Want City zou dankzij Sergio Agüero, Edin Dzeko (2x) en David Silva maar liefst zes keer scoren. Darren Fletcher scoorde bij een 0-3 achterstand wel namens United, maar het wist daarmee de City-trein op die bewuste zondagmiddag niet tot stoppen te brengen.

Publicatie: FOX Sports

Geplaatst in FOX Sports

Van Halst: “Vitesse gaat winnen van Ajax”

Het op dreef zijnde Vitesse ontvangt zondagmiddag voor eigen publiek Ajax. Een wedstrijd die er voor kan zorgen dat de Arnhemmers aansluiting vinden met de top drie van de Eredivisie. Jan van Halst verwacht dat de thuisploeg die kans met beide handen aangrijpt.

“Vitesse gaat winnen van Ajax”, zo is Van Halst stellig tegenover FOX Sports. “Dat is gebaseerd op de groei die Vitesse op dit moment doormaakt. Ze zijn achterin redelijk stabiel en worden daarin ondersteund door de jonge Marvelous Nakamba (21). Hij knapt veel vuil werk op en de voorhoede is van goede kwaliteit met Dominic Solanke en Milot Rashica.”

Ook deze zomer kwamen er weer enkele huurlingen van Chelsea over naar Gelredome. In de ogen van Van Halst is het daarom des te knapper dat ze nu al zo goed meedoen met de top drie. “Ik vind het knap dat trainer Peter Bosz het in tweede maanden is gelukt om zijn team al zo op elkaar ingespeeld te krijgen. Hij laat zijn team steeds beter spelen.” Mede dankzij het aanvallende spel scoorde Vitesse in de laatste twee competitieduels tien doelpunten.

Bosz zal vanwege een schorsing van twee duels echter ontbreken op de bank. Vanwege die straf zat de oefenmeester ook op de tribune tijdens de 1-5 overwinning bij PEC Zwolle van afgelopen weekend. “De rol van de trainer wordt op dat gebied nog wel een beetje overschat. Voor spelers werkt het soms juist even bevrijdend als de trainer er niet is, hoewel Rob Maas het tijdelijk overneemt.”

Open wedstrijd
De tactiek van Vitesse zorgt er ook voor dat Ajax in Arnhem ruimte zal krijgen om aan te vallen. “Vitesse is een voetballende ploeg en daardoor komt er meer ruimte voor Ajax. Alleen, ze hebben een groot probleem met de spitspositie. Voorin komt te veel op de schouders van Anwar El Ghazi terecht, want ook Fischer is in mijn ogen nog niet stabiel genoeg.”

“Ajax staat achterin wel aardig, waar vooral Joël Veltman het heel goed doet dit seizoen”, aldus Van Halst, die verwacht dat Vitesse vlak achter de top drie zal eindigen. “Vitesse is de vierde ploeg in de Eredivisie op dit moment, de rol die AZ en FC Twente eerst hadden. Dat is erg knap met zo’n jong elftal. Het zou wel een wonder zijn als Vitesse dit het hele seizoen volhoudt.”

Publicatie: FOX Sports

Geplaatst in FOX Sports

Heracles won vijftig jaar geleden voor het laatst van Ajax

In de Eredivisie staan zaterdagavond weer de nodige wedstrijden op het programma. Heracles Almelo ontvangt thuis Ajax, PSV speelt tegen Excelsior, AZ gaat op bezoek bij SC Cambuur, FC Groningen neemt het op tegen AZ en FC Utrecht treft Roda JC.

In Almelo wachten ze al geruime tijd op een overwinning van Heracles Almelo op Ajax. De laatste keer dat de Heraclieden met drie punten aan de haal gingen tegen de Amsterdammers was op 21 februari 1965. Sindsdien bleef Ajax in 24 ontmoetingen, zowel uit als thuis, ongeslagen tegen de huidige nummer drie van de Eredivisie. Bovendien verloor Ajax dit seizoen nog geen uitwedstrijd.

Heracles en Ajax staan niet alleen qua punten dicht bij elkaar. De twee teams staan op een gedeelde eerste plaats als het gaat om doelpunten van buiten het strafschopgebied (7). Voor Ajax is het overigens een jubileumduel. De bezoekers spelen hun 1000e uitwedstrijd in de Eredivisie. De Amsterdammers zijn in Nederland de ploeg met de meeste uitzeges (538) en uitdoelpunten (2011).

Locadia
Het kan voor hoofdtrainer Phillip Cocu statistisch gezien geen kwaad om Jürgen Locadia in de basis te laten beginnen tegen Excelsior. De aanvaller is namelijk op schot tegen de Kralingers. Locadia wist tot op heden in 116 Eredivisieminuten tegen Excelsior twee goals te maken en een assist te geven. Een andere statistiek die in het voordeel van PSV spreekt is dat Excelsior nog nooit een Eredivisieduel won van het team dat het seizoen daarvoor kampioen werd.

Eerste zege
Het zelfvertrouwen bij SC Cambuur is op dit moment niet groot. De ploeg uit Leeuwarden won dit seizoen nog geen enkele wedstrijd. Bovendien wist het nog nooit een thuiswedstrijd te winnen van aankomende tegenstander AZ. Twee keer werd het gelijk en twee maal gingen de gasten met drie punten naar huis. Cambuur is bezig met een reeks van dertien competitiewedstrijden zonder zege, de langste serie sinds april – oktober 1999. Toen bleef het vijftien duels zonder zege.

Ideale tegenstander
Voor FC Groningen is Willem II zaterdagavond een ideale tegenstander. De thuisploeg verloor slechts drie van de 28 Eredivisiewedstrijden tegen Willem II. Daarnaast verloren de Groningers nog nooit in eigen huis van de bezoekers uit Tilburg. De Tricolores pakten zelfs slechts één punt uit de laatste zeven ontmoetingen in de Eredivisie met FC Groningen.

Linker rijtje lonkt
Na afgelopen seizoen te zijn gepromoveerd is Roda JC aardig begonnen aan het seizoen in de Eredivisie. Roda staat na acht duels op twaalf punten. Alle voorgaande keren (6) in deze eeuw dat Roda na acht duels op twaalf punten stond, eindigde het telkens in het linker rijtje. Het duel met FC Utrecht zal echter een zware kluif worden. FC Utrecht is deze eeuw nog ongeslagen in thuisduels met Roda JC. Daarnaast maakten de Domstedelingen meer Eredivisiedoelpunten tegen Roda JC (113) dan tegen elk ander team.

Publicatie: FOX Sports

Geplaatst in FOX Sports

Real Madrid gaat voor twaalfde eindzege Euroleague Basketball

Het meest prestigieuze toernooi voor Europese basketbalteams is weer van start, met Real Madrid als titelverdediger: Euroleague Basketball.

Elf teams beschikken over een A-licentie, waardoor ze automatisch geplaatst zijn. Dat zijn CSKA Moskou, Real Madrid, FC Barcelona Lassa, Olympiacos, Maccabi FOX, Panathinaikos, Fenerbahçe, Anadolu Efes, Laboral Kutxa, Zalgiris en EA7 Milano. De clubs krijgen een A-licentie op basis van resultaten, televisieopbrengsten en opkomst van thuissupporters. Zij behoren dan ook tot de kanshebbers.

Sterspelers
Spanjaard Juan Carlos Navarro is één van de sterspelers van de Euroleague Basketball. De speler van FC Barcelona Lassa is all-time topscorer. Zijn totaal staat op 3674 punten en zijn wedstrijdgemiddelde ligt op 13,26 punt per wedstrijd. De Griek Vassilis Spanoulis staat tweede met een wedstrijdgemiddelde van 13,80 punt, maar met een totaal van 2760 punten.

Panathinaikos heeft met Dimitris Diamantidis de speler in huis die all-time leader van de Euroleague is als het aankomt op assists en steals. De Griekse speler geeft per duel gemiddeld 4,55 assists en heeft met een totaal van 1146 assists een ruime voorsprong op nummer twee Theo Papaloukas (977). Diamantidis is met een totaal van 414 steals ook op dat gebied all-time lijstaanvoerder.

Champions League
De Euroleague wordt beschouwd als de Champions League van het Europese basketbal en bestaat uit 24 teams, verdeeld over vier groepen. Iedere club speelt tien groepswedstrijden, de beste vier van elke poule gaan door naar de laatste zestien.

Na een onderverdeling in twee groepen speelt ieder team nog veertien wedstrijden, waarna de beste vier per groep zich kwalificeren voor de play-offs.

Uiteindelijk spelen de sterkste vier teams in de halve finales voor een finaleplek op 15 mei 2016 in Berlijn. De laatste winnaar is Real Madrid. De Spaanse formatie won op 17 mei  voor de negende keer het Europese toernooi na een titelloze periode van twintig jaar. In de finale was het te sterk voor Olympiacos.

Publicatie: FOX Sports

Geplaatst in FOX Sports

Mindere maanden op komst voor Jans en PEC?

In de Eredivisie staan zaterdagavond de nodige wedstrijden op het programma. PEC Zwolle gaat op bezoek bij Willem II, Excelsior speelt voor eigen publiek tegen FC Utrecht, Roda JC ontvangt SC Cambuur en ADO Den Haag reist af naar N.E.C.. Een overzicht van enkele bijzonder statistieken.

Voor trainer Ron Jans zijn wedstrijden met PEC Zwolle in oktober, november en december hem statistisch gezien minder gezind. De oefenmeester won namelijk slechts vijf van de twintig Eredivisiewedstrijden in de genoemde maanden. Vergeleken met dertien zeges in 22 wedstrijden in de maanden augustus en september.

Spits Lars Veldwijk is de grote man bij de Zwollenaren. Hij maakte vijf van de laatste zes competitietreffers van PEC Zwolle. Afgelopen week tegen Feyenoord kwam hij desondanks niet tot een schot op doel.

Tegenstander Willem II staat geruime tijd droog tegen PEC Zwolle. In Eredivisieverband wachten de Tilburgers al 451 minuten op een doelpunt tegen Zwolle. Joris Mathijsen tekende in september 2003 voor het laatste doelpunt.

Van Weert
Excelsior heeft tegen FC Utrecht meer Eredivisiedoelpunten gemaakt dan tegen elk ander team: 46.

Utrecht zal daarbij op moeten passen voor de kwaliteiten van Tom van Weert. De aanvaller van de Kralingers scoorde tegen FC Utrecht vaker dan tegen elk ander team.

Hij staat op drie goals in twee wedstrijden. Bovendien kreeg Utrecht in drie van de laatste vier uitwedstrijden drie treffers om de oren.

Standaardsituaties
Roda JC neemt het zaterdagavond op tegen Cambuur, een ploeg die alle doelpunten vooralsnog uit open spel maakte. De thuisploeg was echter bij 57% van de doelpunten trefzeker vanuit een standaardsituatie.

De laatste keer dat de formatie uit Leeuwarden een zege boekte in de provincie Limburg was in 1992 tegen MVV (1-3). Dat was ook de eerste uitzege in Limburg ooit van Cambuur.

Havenaar
N.E.C. moet voor eigen publiek oppassen voor de kwaliteiten van ADO Den Haag-spits Mike Havenaar. Hij was dit seizoen al vier keer verantwoordelijk voor het openingsdoelpunt van zijn werkgever. Daarnaast maakte hij zijn vijf goals dit seizoen met slechts acht schoten op doel.

Publicatie: FOX Sports

Geplaatst in FOX Sports

De Mos: “Een sleutelwedstrijd voor PSV”

Aad de Mos denkt dat PSV woensdagavond met een punt tevreden is tegen CSKA Moskou. Na de overwinning op Manchester United (2-1) kunnen de Eindhovenaren hun goede start in de groepsfase van de Champions League een vervolg geven.

“Ik verwacht dat PSV de bal aan CSKA geeft en in de omschakeling wil toeslaan. Een punt zou al mooi zijn”, zegt De Mos in gesprek met FOX Sports. “PSV is op zijn sterkst als het de tegenpartij het spel laat maken. Als ze zelf de bal hebben, zoals tegen Heracles Almelo, dan komen ze in de problemen.”

De voormalig trainer van onder andere PSV en Ajax hecht veel waarde aan de wedstrijd in Rusland. Het zou volgens De Mos zelfs een grote stap richting Europese overwintering kunnen zijn. “Dit is een sleutelwedstrijd voor PSV. United en CSKA moeten allebei een goed resultaat halen en daarvan kan PSV profiteren. Met een gelijkspel of overwinning in Moskou zetten ze een goede stap richting overwintering.”

Gemis Guardado

Een groot gemis voor PSV is de afwezigheid van Andrés Guardado. De middenvelder kampt met een enkelblessure. “Het middenveld is daardoor niet in balans. Geen enkele speler kan wat hij kan. Guardado weet op welke momenten hij moet versnellen of vertragen. Spelers zoals hij zijn er maar weinig van op de wereld. Hij weet wat er gevraagd wordt en alleen al zijn aanwezigheid geeft de ploeg een goed gevoel. Stijn Schaars kan die rol eventueel overnemen. Het is alleen de vraag hoe fit hij is, zowel mentaal als fysiek.”

De Mos volgt de Russische competitie enigszins en waarschuwt PSV voor de vleugelverdedigers van CSKA Moskou. “De backs spelen aardig diep en voorin kunnen ze met spelers zoals Roman Eremenko en Ahmed Musa voor veel gevaar zorgen. PSV zal gebruik moeten maken van de ruimte in de rug van de twee centrale verdedigers. Die twee torens zijn niet zo snel en zij gaan ruimte weggeven omdat CSKA wel moet na de 1-0 nederlaag bij Wolfsburg.”

Volgens De Mos is in de groep van PSV (groep B) van alles mogelijk.  Naast Manchester United en CSKA Moskou treft de spelersgroep van trainer Phillip Cocu ook VfL Wolfsburg. “Het is een vreemde groep. Alles schijnt kwalitatief redelijk gelijk te zijn. Als je in de uitduels een paar punten pakt, dan overwinter je.”

Gepubliceerd op: FOX Sports

Geplaatst in FC Twente

“Ik zie mezelf graag in dit team spelen”

Met een doelpunt in het oefenduel met FC Schalke 04 (1-1) liet Michael Olaitan een goede indruk achter tijdens zijn eerste minuten in het shirt van FC Twente. De spits was na afloop dan ook tevreden met zijn aandeel in het gelijkspel. 

In de Veltins Arena speelde de voorhoedespeler een helft mee. “Het was een goede wedstrijd en een duel dat ons helpt in het proces om ons klaar te stomen voor de start van de competitie. Ik zie mezelf graag in dit team spelen”, reageerde de Nigeriaan. “Op deze manier heb ik aan mijn teamgenoten kunnen wennen. We hebben een goed resultaat geboekt tegen een grote ploeg, maar we moeten wel hard blijven werken.”

De eerste dagen bij de club heeft Olaitan gebruikt om te wennen. “Alles was natuurlijk nieuw voor mij en ook aan het systeem in Nederland moest ik wennen. Maar de trainer heeft mij goed voorbereid”, gaat Olaitan verder. “Het was voor mij persoonlijk een wedstrijd die goed genoeg was voor het moment waar we zitten in de voorbereiding.”

Geluksnummer 99 
Opvallend is het rugnummer dat Olaitan draagt, namelijk 99. Een nummer dat Olaitan bewust koos. “Drie jaar geleden was er een bekende speler bij mijn club Veria FC die dit nummer droeg. Hij besloot toen te stoppen en is directeur geworden. Iedereen vond dat het nummer teveel druk met zich mee zou brengen. Toen heb ik tegen hem gezegd dat ik zijn nummer zou dragen en zijn doelpuntenrecord zou verbreken. Dat is mij ook gelukt. Sindsdien is het mijn geluksnummer.” Olaitan keert deze week terug naar Griekenland om de benodigde papieren in orde te maken.

Gepubliceerd op: FC Twente.nl
Foto: Frank Hillen

Geplaatst in FC Twente

“Zorgt ervoor dat het een speciale wedstrijd wordt”

Voor Renato Tapia staat het laatste gedeelte van de voorbereiding in het teken van zo snel mogelijk wedstrijdfit worden. Afgelopen zaterdag maakte de Peruviaan zijn rentree in het elftal en woensdagavond deed Tapia de volledige eerste helft mee tijdens het oefenduel met Olympiakos.  

“Ik ben bijna helemaal fit”, reageert de middenvelder. “Op dit moment is het belangrijk dat ik zoveel mogelijk minuten maak en dat ik tussen de wedstrijden door veel arbeid verricht op de trainingen. Dat is de beste manier om volledig wedstrijdfit te worden. Ik merk dat ik steeds beter ingespeeld raak op het team en ik voel me goed.”

Met een wedstrijd tegen de Griekse kampioen stond in Veenoord een tegenstander van formaat tegenover Tapia en zijn teamgenoten. “Olympiakos is een sterke tegenstander en het is goed om te zien hoe wij daar in grote delen van de wedstrijd mee zijn omgegaan.” Zondag wacht in Gelsenkirchen Schalke 04, de laatste oefenwedstrijd in aanloop naar de competitie.

“Het is een grote wedstrijd, tegen een grote tegenstander. Een pittige uitdaging voor ons, maar dat is juist goed voor het team. We hebben een jonge ploeg met veel spelers die rond dezelfde leeftijd zitten. Daar ben ik er ook een van. Het is mooi om zo’n oefenwedstrijd bij Schalke 04 te spelen, een wedstrijd die ook bijzonder is voor de supporters. Ik heb gehoord van de vriendschapsbanden die er zijn tussen FC Twente  en Schalke 04,  dat zorgt ervoor dat het voor iedereen een speciale wedstrijd wordt.”

Foto: Frank Hillen
Gepubliceerd op: FC Twente.nl

Geplaatst in FC Twente

“Het mooiste is de stap naar professioneel gedrag”

De winterstop nadert en dat is een uitgelezen mogelijkheid om de prestaties van A1 te evalueren met hoofdtrainer Bert Konterman. Het hoogste jeugdelftal presteert goed en draait met de bovenste ploegen mee. Dat betekent dat ze na de winter met de eerste acht ploegen in één competitie gaan uitmaken wie zich kampioen mag noemen.

Voorafgaand het seizoen stelde Konterman het team de doelstelling om bij de eerste acht te eindigen. De ploeg kwam zelfs tot de conclusie dat ze minimaal vijfde wilde worden. Uiteindelijk i s dat een reële doelstelling gebleken. “De eerste acht is een must, want dan ga je na de winter in een goede competitie spelen. De jongens hebben samen voor een plek bij de eerste vijf gekozen.” De trainer ziet een positieve ontwikkeling bij de spelersgroep en dat vertaalt zich in goede prestaties en een professionele houding zowel op als buiten het veld. “Je ziet dat ze vertrouwen krijgen in eigen kunnen. Dat mis ik soms nog in het Twentse, dat stukje brutaliteit. Gezonde arrogantie noem ik dat. Want we kunnen gewoon goed voetballen en hebben een heel goed team.”

Professionalisering

In vergelijking met de eerste week onder leiding van Konterman heeft de keuzeheer zijn manschappen flinke stappen zien zetten. “Dat vind ik heel mooi om te zien. Dan gaat het om stappen op technisch, tactisch en fysiek gebied. Maar het mooiste is de stap naar professioneel gedrag. Ze beginnen zelf te erkennen wat er wordt gevraagd om profvoetballer te worden. De meesten zitten op een punt dat ze de omslag moeten maken om er zelf meer mee bezig te zijn. Ik kan wel allemaal dingen voor zeggen, maar wie doet dat als ik bijvoorbeeld niet meer hun trainer ben?”

“Uiteindelijk moeten ze zelf invullen en begrijpen wat er van ze gevraagd wordt. Ik zie dat die ontwikkeling gaande is bij deze ploeg. Dat zie je onder andere terug aan hoe er gejuicht wordt, dat ze een echte eenheid zijn. Natuurlijk komt het wel eens voor dat ze staan te bekvechten met elkaar, maar daarna is het zand erover en weer verder. Daar ben ik heel blij mee”, zo geeft Konterman de ontwikkeling weer. “Het volgende is dat ze weten wat er bij komt kijken om straks seniorenvoetbal te gaan spelen. Dan kan je niet meer blijven dribbelen en je eigen wedstrijdje spelen.”

Doorstroming
Het is de bedoeling dat enkele talenten op termijn gaan aansluiten bij Jong FC Twente of het eerste elftal. In de winter komt er een moment waarin geëvalueerd zal worden en wordt gekeken wat het beste is voor een speler. “We kijken wat er nodig is voor een bepaalde speler om verder te groeien in zijn ontwikkeling naar een hoger niveau. Er zitten absoluut jongens tussen die de volgende stap aankunnen, maar je moet kijken of het een meerwaarde voor ze is. We willen meer leidersfiguren in het veld zien, zoals een Wout Brama. Dat betekent lijnen uitzetten in het veld en een verlengstuk zijn van de trainer. Sommige jongens bij ons hebben dat in zich en die moet je de kans geven dat te ontwikkelen op het moment dat ze samen spelen met leeftijdsgenoten. Als je die jongens heel snel bij het eerste of Jong zet, dan moeten ze misschien op hun tenen lopen en dan kunnen die kwaliteiten zich niet ontwikkelen.”

“Naar die ontwikkeling moeten we goed kijken bij bepaalde spelers. Dan gaan we ons afvragen of we die voetballer nog een half jaar bij A1 moeten houden of juist een duwtje moeten geven richting het seniorenvoetbal. Sommigen moeten namelijk weer uitgedaagd worden en dan is een overstap juist goed voor ze. Dat pakte bijvoorbeeld bij Bilal Ould-Chikh heel goed uit. In deze groep zitten er een aantal die zeker in aanmerking gaan komen voor het eerste, zij hebben de kwaliteiten en dan is het aan hun om die laatste stappen te zetten. Daar praten we met de jongens over en proberen we ze in uit te dagen.”

Eindverantwoordelijk 
Voor Konterman is het de eerste keer dat hij eindverantwoordelijk is voor een elftal. Vorig seizoen fungeerde hij als assistent-trainer van Jan Zoutman bij het beloftenteam. Vooralsnog is Konterman zeer tevreden met zijn functie als hoofdtrainer. “Het bevalt super. Het is mooi om je eigen ideeën toe te passen. Je hebt alles in eigen hand, waardoor je bepaalde dingen kunt doen tijdens de voorbereiding of op trainingen. Dat doe je met vallen en opstaan. Soms kom je tot de conclusie dat iets niet werkt en de andere keer slaat het juist wel aan. Om de mens achter de voetballer te ontwikkelen is het mooiste van het spelletje. Dat heeft te maken met professioneel gedrag. Dat houdt niet op als ze hier het terrein aflopen, maar ook hoe ze zich thuis en op school gedragen. Dat is een onderdeel van volwassenheid en dat besef is bij deze jongens mooi om te zien.”

Als speler deed Konterman ervaring op bij FC Zwolle, SC Cambuur, Willem II, Feyenoord, Glasgow Rangers, Vitesse en het Nederlands elftal. Daar profiteert de oud-speler van in zijn rol als hoofdtrainer. “Een team vormen is geweldig om te doen. Ze kunnen allemaal voetballen, maar vanuit mijn ervaring moet je ze soms dingen voorzeggen. Het helpt zeker dat je de nodige ervaring hebt. Je weet precies wanneer een speler in een dip zit of ontevreden is. Daarnaast weet ik hoe er bij andere clubs gedacht wordt. Ik help de jongens om zich klaar te maken voor een volgende uitdaging.”

Geplaatst in FC Twente

“Je moet ook jezelf een spiegel voorhouden”

Als voormalig speler van Sparta Rotterdam, sc Heerenveen, NEC Nijmegen en FC Dordrecht heeft Dennis de Nooijer een schat aan ervaring opgedaan. Ervaring die hij nu bij FC Twente probeert over te geven op de spelers van de lichting O16. Sinds deze zomer maakt de oud-aanvaller deel uit van de voetbalacademie en in zijn eerste half jaar boekte hij al enkele successen. Zo zijn enkele spelers in beeld gekomen bij het Nederlands Elftal O16 – waar hij ook trainer is – en eindigde het elftal bij de eerste zes van de competitie.

Vanwege de plek bij de eerste zes spelen de jongelingen in de tweede seizoenshelft met vijf andere ploegen om het kampioenschap. “Het bevalt me goed bij FC Twente. Ik woon hier en pas me snel aan. Ik heb een appartement op een paar minuten van het trainingscomplex. Dat bevalt me prima. IK woon zelf in Zeeland en dat is drie uur rijden. Doordeweeks ben ik hier en zaterdag na de wedstrijd rijd ik terug naar Zeeland.” De Nooijer beheert samen met zijn broer Gerard de voetbalopleiding JOVZ in de provincie waar hij eigenlijk woont. “Op dit moment ben ik te druk om ook met JOVZ bezig te zijn. FC Twente en het Nederlands team zijn het belangrijkste op dit moment.”

Voordat De Nooijer aan de slag ging met het 016-elftal had hij de talenten van de jeugdacademie al enkele keren aan het werk gezien. Destijds kreeg hij het beeld van een talentvolle ploeg met enkele uitschieters naar boven qua talent. “Dat werd in het begin bevestigd.” Voor de oud-spits was het wel even wennen in een nieuwe omgeving. “Het was van beide kanten wennen. Tijdens de eerste trainingen helpt het nog wel dat je profvoetballer bent geweest, maar je moet wel training kunnen geven. Je moet het wel laten zien, maar ik had niet het gevoel dat ik iets moest bewijzen. Ik heb ook een presentatie gegeven aan de ouders, spelers en technische staf over hoe ik wilde gaan trainen en wat de doelstellingen zouden zijn. In het begin bots je nog wel eens, omdat je kijkt waar de grens ligt. Mijn aanpak is wat directer en duidelijker. Je hoeft de lat daardoor niet lager te leggen, maar je moet wel kijken wat de spelersgroep nodig heeft en hoe je daarmee omgaat. Dat is een mooi proces.”

“Het moeilijkste was om het eigen initiatief erin te slijpen. Vooral in het begin was dat lastig. Ik heb graag spelers die meepraten en niet alleen maar zeggen dat het goed is. Dat was wel het moeilijkste van allemaal. Je blijft dan gewoon doorvragen, zeggen dat elk idee dat je hebt niet verkeerd is, het juiste gevoel geven en zeggen dat niet elke vraag stom is. Je moet je als trainer bewust zijn wanneer je wat zegt.” Ondertussen ziet De Nooijer zijn junioren steeds vaker het eigen initiatief oppakken. Als resultaat daarvan is de tactiek voor een korte periode aangepast, omdat de spelers aangaven zich niet prettig te voelen bij het volle bak druk zetten op de tegenstander.

Filosofie
Als jeugdtrainer heeft De Nooijer zijn eigen kijk op het voetbal. Zijn filosofie is mede gevormd dankzij de ervaringen bij JOVZ en het Nederlands team. “Alles wat je doet, moet met honderd procent inzet gebeuren. Dat wil ik er gewoon in brengen. Dat betekent beter willen worden. Die bewustwording moet bij sommigen nog komen. Het gaat met vallen en opstaan. Wat ik in de loop der jaren wel heb geleerd, is dat je dingen zoveel mogelijk positief moet benaderen in plaats van het negatieve te benadrukken. Je moet beseffen welk effect het heeft op de kinderen en wat je ermee bereikt. Met negativiteit lukt dat niet. Je komt hier binnen met je tas omdat je straks in die Grolsch Veste wil spelen. Het is voor deze jongens een behoorlijke investering in zichzelf.”

“Als trainer ben je ook opvoeder, alleen moet het besef bij de spelers wel komen dat een bepaalde leefstijl hoort bij het willen bereiken van je doel. Dus ze een spiegel voorhouden om te kijken of ze er alles aan doen. De intrinsieke motivatie moet aanwezig zijn. Vanuit jezelf krachttraining doen, op je voeding letten en op tijd naar bed gaan.” De Nooijer probeert ook kritisch te zijn op zijn eigen presteren. “Ik denk dat je je iedere training moet afvragen of je het doel wat je voor ogen had, wel hebt bereikt. Je moet ook jezelf een spiegel voorhouden.”

Nederlands team
Zoals genoemd is De Nooijer ook actief als trainer van het Nederlands team 016. Een voorstel dat via FC Twente bij hem terechtkwam en waar De Nooijer nog geen enkel moment spijt van heeft gehad. De Nooijer weet de activiteiten van beide teams goed met elkaar te combineren, hoewel hij wel eens een training moet laten schieten vanwege verplichtingen met het Nederlands team. “Twente had mij gevraagd of ik dat leuk zou vinden. Vanuit FC Twente hebben ze het gestimuleerd. Daardoor maak ikzelf ook een extra ontwikkeling door. Je krijgt een andere kijk op het voetbal, vanuit de KNVB. Vooral de structuur van training geven en besprekingen van het Nederlands team neem ik mee naar Twente. Het is niet kopiëren, maar nadenken hoe je jezelf kan verbeteren. Daarom vind ik het ook mooi dat ik bij het Nederlands team kan zitten. Daar sla ik veel informatie op. Dat had ik van tevoren ook niet verwacht. Je leert jezelf een spiegel voor te houden en je ziet het ook vanaf een andere kant. Ze hebben het bij de KNVB namelijk aardig voor elkaar.

Toekomst
Voorlopig heeft De Nooijer niet de ambitie om aan de slag te gaan als hoofdtrainer van een betaald voetbal organisatie. De trainer werkt het liefst met jeugdspelers, zodat hij zijn eigen stempel op een elftal kan drukken. “Over de toekomst maak ik mij niet zo druk. Ik hoop bij FC Twente en het Nederlands team te blijven. Op dit moment zit ik goed in het opleiden en in de jeugdteams en zoals ik het nu zie wil ik dat graag voortzetten. Ik wil mijn eigen stempel erop drukken en ze kunnen kneden.”

Gepubliceerd in: FC Twente Inside

Geplaatst in Eigen werk

Boymans spits met minste minuten per doelpunt

Gepubliceerd op 07-11-2014

In Utrecht  mogen ze het meest tevreden zijn met hun spits. Ruud Boymans was in de eerste wedstrijden geblesseerd, maar is de schade grotendeels aan het inhalen. Zo scoorde hij in vijf duels niet alleen zes keer, de spits heeft bovendien de minste minuten per doelpunt nodig. Dat blijkt uit een lijst die Voetbal.com heeft samengesteld.

De voorhoedespeler van FC Utrecht heeft slechts ruim zestig minuten nodig om de bal tegen de touwen te werken. Dat deed Boymans het vaakst met zijn rechtervoet. Michiel Kramer en Mark Uth scoorden dit seizoen het vaakst van alle spitsen met acht doelpunten. Zij hadden echter meer minuten per doelpunt nodig dan Boymans en staan daarom op de tweede en derde stek. Onderling ontlopen de doelpuntenmachines elkaar niet zoveel. Uth heeft weliswaar wel een kleine voorsprong op Kramer.

Als we kijken naar de spitsen van de traditionele topdrie ploegen – Feyenoord, Ajax en PSV – valt op dat ze allemaal niet een echte afmaker hebben. In Rotterdam is de spitspositie al enige tijd punt van discussie. Bij Ajax is het eveneens niet duidelijk wie er nou beter geschikt is als afmaker. Bij PSV zijn ze overtuigd van Luuk de Jong, maar verzet hij vooral veel arbeid voor het team. Daardoor komt hij minder vaak in scoringspositie. Daarnaast neemt Memphis Depay veel doelpunten (8) voor zijn rekening. Onderaan vinden we Danny Hoesen terug, die onlangs tegen AZ zijn eerste treffer maakte voor FC Groningen.

Als we de genoemde spitsen gaan vergelijken als het om schotprecisie gaat, valt de plek van Kramer op. De topscorer van de Eredivisie probeert het vaakst op doel te schieten, maar procentueel gezien schiet Kramer zijn ballen het minst tussen de palen. Dauda en De Jong slagen daar beter in en weten ruim 75 procent van hun schoten tussen het aluminium te plaatsen. Vooral bij De Jong is dat opvallend, aangezien de spits van PSV nog maar drie keer tot scoren kwam in de Nederlandse competitie. Ook deze ranglijst spreekt overigens niet in het voordeel van Feyenoord-aanvaller Kazim. Minder dan veertig procent van zijn pogingen belandt tussen de palen, terwijl hij het doel al achttien keer onder vuur probeerde te nemen.

Als we een echte spits zoeken, dan moeten we in Friesland zijn. Uth kwam al acht keer tot scoren en al zijn doelpunten zijn vanuit het strafschopgebied gemaakt, daarbij horen ook zijn twee strafschoppen. Daarmee lijkt sc Heerenveen een prima opvolger te hebben voor Alfred Finnbogason. Ook Kramer laat zien een echte nummer negen te zijn. Hij scoorde zeven van zijn treffers vanuit de zestien en één afstandsschot belandde tegen het net. Boymans en Castaignos wisten, in navolging van Uth, ook al hun doelpunten van binnen de zestien te maken.

Het is duidelijk dat FC Dordrecht met een spitsenprobleem kampt. Wij hebben in deze analyse Lieder als uitgangspunt genomen. Zijn enige doelpunt maakte hij echter met een schot van buiten het strafschopgebied. De discussie over wie er in de spits moet bij de hekkensluiter zal dan ook nog wel even voortduren. Slechts vijf spitsen maakten overigens een doelpunt van buiten de zestien, de andere doelpuntenmakers scoorden honderd procent van hun goals vanuit het strafschopgebied.

Door: Robin Tibbe

Geplaatst in Eigen werk

“Ik ben ervan overtuigd dat dit de oplossing is voor de grotere zorgaanbieders”

Een sprong in het diepe. Zo is de beslissing van Carin Stokvis om een eigen zorgboerderij te starten het beste te omschrijven. Ruim twee jaar geleden besloot ze een dagbesteding voor verstandelijk beperkten op te zetten; De Lachende Geit was geboren. Een beslissing waar ze tot op dit moment nog geen spijt van heeft gehad.

Door Robin Tibbe

“In het begin twijfel je heel erg of je wel de juiste beslissing hebt genomen. Ik ben begonnen met het maken van een website en het laten drukken van folders. Daar heb ik veel geld voor betaald, maar het leverde minder op dan ik van tevoren had verwacht. Daar lig ik vervolgens niet wakker van. Het is een goed leermoment”, zo omschrijft Carin de eerste maanden. Het woord ‘spijt’ is in de beginperiode echter niet gevallen. Bovendien won het zelfvertrouwen het uiteindelijk van de twijfels. “In het begin had ik er ook niet echt vertrouwen in hoor. Ik wilde het gewoon graag en ik wist zelf dat ik het kon. Het is vooral de persoonlijke motivatie die dan helpt. Mijn ouders waren niet helemaal overtuigd in het begin, maar hebben me wel een klein beetje geld gegeven om mee te beginnen.”

“Het eerste jaar heb ik ruim twintig uur in de week bijgedraaid in de zorg. Vanaf het moment dat na een half jaar de eerste deelnemer kwam, begon het een beetje te draaien. In het begin heeft een stagiair geholpen om de zorgboerderij op te bouwen. Ik heb als eerste kerstboompjes gekocht. Als het dan niet zou lukken met de zorgboerderij, dan had ik in ieder geval nog iets om te verkopen.” Maar liefst 25 jaar was Carin in de gehandicaptenzorg actief voordat ze besloot als zelfstandige verder te gaan. Het duurde niet lang voordat ze het gevoel had de juiste beslissing te hebben genomen door voor de gehandicaptenzorg te kiezen. “Ik vond het direct geweldig. Ik had het virus te pakken en was helemaal om.”

Kleinschaligheid
Inmiddels is Carin ruim twee jaar bezig met de zorgboerderij en loopt alles naar wens. Het is de bedoeling dat het een kleinschalige dagbesteding blijft. Het liefst heeft ze een maximum van zes deelnemers op een dag. Dan kan er met de aanwezigheid van een stagiair en een vrijwilliger genoeg aandacht besteed worden aan de deelnemers. “Ik zeg de vrijwilligers ook wel: help me onthouden dat ik niet te grootschalig word. Want geld kan gekke dingen met je doen. Dat wil ik niet hebben. Ik wil niet gedreven worden door geld.” Door de veranderingen in de zorg beseft de eigenaar van De Lachende Geit echter dat ze wellicht in de toekomst het deelnemersaantal moet uitbreiden. Dat vertelt ze van tevoren ook aan de ouders/verzorgers van de deelnemers. “Ik probeer zelf uit de kosten te komen. Blijkt achteraf dat er heel erg gekort gaat worden, dan zal de groep wel iets groter worden. Dat is een optelsom en dat weten ze allemaal.”

CURpag1819foto1
Net zoals bij veel andere instellingen, is het voor Carin niet geheel duidelijk wat er nu precies gaat gebeuren door de veranderingen in de zorg. Zo is het voor haar onduidelijk waarop gekort gaat worden. Desondanks houdt Carin vertrouwen in de toekomst van haar zorgboerderij. Dat vertrouwen haalt ze uit het feit dat de grote zorginstellingen in de gemeente Hellendoorn geen dagbesteding hebben. De deelnemers van die instellingen gaan op dit moment nog naar Almelo voor de dagbesteding, maar de vervoersindicatie gaat eraf. Dat betekent dat voor de grote zorginstellingen in de gemeente Hellendoorn automatisch een zorgboerderij als De Lachende Geit in beeld komt om de deelnemers overdag onder te brengen.

“Ik denk dat er meer aanmeldingen gaan komen dan nu het geval is. Een zorgboerderij is toch een goedkopere vorm van slim ondernemen.  Ik denk dat de zorgboeren de nieuwe oplossingen zijn voor de problemen in de zorg. Het is kleinschalig en je hebt geen tussenlagen van management. Boerenwijsheid en een platte organisatie, dat is een sterk punt. In de omgeving zijn er echter zorgboeren die zich meer zorgen maken dan ik. Die hebben personeel en daar zit je grootste kostenpost. Die lopen meer risico dan ik. Ik weet voor mezelf: gaat het niet lukken, dan is er geen man over boord. Ik hang er geen financiële strop om. Ik geloof niet dat het uiteindelijk alsnog zal mislukken. Ik ben ervan overtuigd dat dit de oplossing is voor de grotere zorgaanbieders.”

Voldoening
Het meest afhankelijk is Carin van de deelnemers. Zij zorgen er ten slotte voor dat de zorgboerderij bestaansrecht heeft. Ze houdt ervan om met de gebruikers van de dagbesteding bezig te zijn. “Echt aan het werk zijn met de deelnemers, dat is wat ik het aller leukst vind. Buiten bezig zijn, iets opbouwen, knutselen, samen iets maken waar iedereen uiteindelijk trots op is. Dat is wat ik te gek vind. Daar haal ik voldoening uit. Het is dan toch iets wat ze geleerd hebben en waar ze zelf heel trots op zijn. Dat is super om te zien. Ze zijn dan hun eigen beperking te boven gestegen.”
Bij De Lachende Geit lopen deelnemers met een verschillend niveaus. Dat betekent niet dat ze elkaar niet kunnen ondersteunen in hun ontwikkeling. Dat is juist de bedoeling van de zorgboerderij.”Ze proberen met elkaar de uitdaging aan te gaan. Iemand die onzeker is, gaat hier wel iemand wat uitleggen en helpen om dingen samen te doen. Ze helpen elkaar ontwikkelen en dat is mooi. Het is belangrijk om dat te zien. We laten ze bewust de dingen zelf doen. Ze hebben zelf ook wel door dat ze stappen zetten in hun ontwikkeling. Dat wordt onder meer in de zorgplannen en de begeleidingsplannen besproken. Ook tijdens de gesprekken met de ouders, waar de deelnemer bij zit, komt dat naar voren.”

Werk en privé gescheiden
Carin is van plan om in de komende periode meer een scheiding aan te brengen tussen werk en privé. Ze wil dat realiseren door de zorgboerderij na het vertrek van de deelnemers ook echt af te sluiten en zich te richten op haar gezin. Een maatregel die genomen wordt, is het realiseren van een eigen kantine. Een bouwkeet wordt door de deelnemers omgetoverd tot een plek waar gegeten en gedronken kan worden, zodat er geen activiteiten meer in huis ondernomen hoeven worden. “Omdat je de zorgboerderij ook in huis hebt, ben je er vrijwel continu mee bezig. Soms moet ik in de avond nog even achter de computer om de doelen van de deelnemers te schrijven. Dan is het al snel half twaalf en dat wil ik niet meer. Na half vijf wil ik de zorgboerderij kunnen afsluiten. Natuurlijk zal ik dan soms nog wat dingen in de avond moeten doen. Het liefst ben ik half vijf klaar en heb ik dan tijd voor het gezin.”

“Ik ben de zorgboerderij, ook in het weekend. Daar heb ik mentaal geen last van. Ik heb wel eens gehad dat ik word meegezogen in de problematiek van de deelnemers. Dan trek ik het me te veel aan. Dan beginnen ze mij berichtjes te sturen. Dat is eigenlijk niet de bedoeling. Ze moeten niet opeens om elf uur in de avond een bericht sturen en zeggen dat ze denken de volgende dag ziek te zijn. Dan vertel ik dat ze zich bij een baas in de ochtend ziek moeten melden en dat hier die regels ook gelden. Op een gegeven moment moet je grenzen stellen. Ik ben er vrijwel nooit uitgeput door, alleen op spaarzame momenten.” Carin ziet het aan de andere kant wel als een voordeel dat de zorgboerderij bij huis is. Ze is daardoor vrijwel altijd thuis voor de kinderen. “Er hoeft maar een calamiteit te zijn en ik kan de kinderen snel ophalen van school. Ik hoef niet meer weg om te werken en dat is wel lekker.”

Gezin
De eigenaar heeft niet alleen de zorg over de deelnemers, maar heeft daarnaast met haar man ook drie zonen. Die hebben geen moeite met de verstandelijk beperkten die bij hun thuis rondlopen. Ze vinden het zelfs leuk en zijn daardoor soms samen op de trampoline te vinden of trappen een balletje in de tuin. Carin beschouwt dat als een positief effect van de zorgboerderij. “Dat is goed voor de sociale ontwikkeling. Dat vind ik echt fantastisch. Ik laat het lekker gaan, want het gaat zo ontspannen. Er zijn geen problemen tussen mijn kinderen en de deelnemers. Als die er wel zijn, dan zeg ik dat tegen onze kinderen. Ik trek eerder de grens voor onze kinderen.”

Het ideaalbeeld is dat uiteindelijk een van de zonen de zorgboerderij overneemt. Maar voorlopig is dat niet aan de orde. Carin is in ieder geval van plan om haar hele leven de zorgboerderij in stand te houden. “Ik had dit, achteraf gezien, al tien jaar eerder moeten doen. Ik zie mij dit mijn hele leven wel doen. Natuurlijk denk ik wel eens over de toekomst na. De kinderen geven zelf aan de zorgboerderij te willen overnemen. Daar maak ik me geen zorgen over. Ik zou eigenlijk niet weten wanneer je als zorgboer met pensioen gaat. Als ik kijk naar het plezier dat ik erin heb, denk ik: ik kan tot mijn tachtigste doorgaan. Maar dan wil ik wel minder managementtaken. En als de kinderen het uiteindelijk niet willen overnemen, dan gaat het over.”

Geplaatst in FC Twente

“Dit kan de volgende gouden stap worden”

Opgroeien in de Zuid-Afrikaanse getto van Odendaalsrus, vervolgens de overstap maken naar Supersport United en uiteindelijk in de Eredivisie terechtkomen. Dat is in het kort de weg die FC Twente-aanwinst Kamohelo Mokotjo tot op heden heeft bewandeld. De nieuwe middenvelder van de Tukkers is afkomstig uit Zuid-Afrika en zette al op vroege leeftijd volwassen stappen richting de top.

Mokotjo zag het levenslicht in het ziekenhuis van Odendaalsrus en groeide op in Kutlwanong, de township in zijn geboorteplaats. “Waar ik vandaan kom, is het erg klein en rustig. Odendaalsrus ligt in het midden van Zuid-Afrika, op ongeveer drie uur rijden van Johannesburg. Het is te vergelijken met het countryleven. Ik kon erg genieten van de stilte daar, maar ik ben zelf opgegroeid in de getto. Mijn familie woont nog steeds in Odendaalsrus”, vertelt Mokotjo openhartig.

Jeugd
De grootouders van Mokotjo namen de opvoeding van de speler voor hun rekening, terwijl ook zijn neven en nichten door zijn grootouders zijn grootgebracht. Zijn ouders waren namelijk aan het werk in een andere stad. “Als je mij vraagt of ik broers of zussen heb, dan zal ik je vertellen dat mijn neven en nichten dat voor mij zijn. Ik heb wel een biologische zus, van een andere moeder.” Op zijn twaalfde nam Mokotjo afscheid van zijn familie om voor Supersport United te gaan spelen, dat destijds een samenwerking had met Feyenoord. “Die samenwerking bestaat niet meer. Ik zat in de laatste lichting die nog een kans kreeg. Vanaf mijn twaalfde tot mijn zestiende speelde ik in de jeugd van Supersport, waarna ik in het eerste elftal terecht kwam. Daar heb ik mijn debuut gemaakt, maar niet veel gespeeld. Na twee jaar maakte ik de overstap naar Feyenoord.”

Om op zijn achttiende al naar Nederland te verhuizen was naar eigen zeggen geen lastige stap voor de Zuid-Afrikaan. Meer moeite had de kersverse Tukker met het verlaten van zijn familie op zijn twaalfde. “Uiteindelijk wen je aan het weg zijn van huis, waardoor je het minder snel mist. Je raakt er aan gewend.” Eenmaal in Nederland kwam Mokotjo eerst op huurbasis bij Excelsior terecht. “Ik werd eerst verhuurd, omdat Mario Been (destijds trainer Feyenoord) mij nog niet kende. Ik was namelijk op proef in de periode dat Gertjan Verbeek nog trainer was. Bij Excelsior hadden we een talentvol team. Het was voor mij de ideale mogelijkheid om aan de omstandigheden van het Nederlandse voetbal te wennen.”

Al tijdens zijn periode bij Supersport United merkte Mokotjo dat er een groot verschil is tussen de Nederlandse en Zuid-Afrikaanse voetbalcultuur. Zo zijn in Nederland de omstandigheden voor talenten beter om zich verder te ontwikkelen. “Hier is het voetbal veel beter georganiseerd, zowel op als buiten het veld. Als talent heb je in Nederland meer kans dan in Zuid-Afrika. Daardoor redden veel talentvolle Afrikaanse spelers het niet tot Europa. Bij Supersport United hadden we het geluk dat we training kregen van Nederlandse trainers, daar leer je meer van.”

Nooit tevreden
Mokotjo kende een ongelukkige periode bij Feyenoord en koos daarom bewust voor de overstap naar Zwolle. Bij de Blauwvingers speelde Mokotjo een sterk seizoen en werd hij veelvuldig geloofd vanwege zijn optredens. Toch is Kamo zelf nooit tevreden met een wedstrijd. “Ik ben altijd zelfkritisch. Ik heb nooit het gevoel dat ik een perfecte wedstrijd heb gespeeld. Bij Zwolle had ik een fantastische tijd en een geweldig jaar. Het was een opoffering die ik wilde doen. Het maakte mij niet uit wat iedereen er over zou zeggen. Ik weet wat het beste is voor mijn ontwikkeling. Ze hebben in Zuid-Afrika wel eens gezegd dat ik terug moest komen toen het niet goed ging bij Feyenoord, maar dat was voor mij geen optie. Ik ben sterk genoeg om door te gaan. Ik ga voor wat ik wil. Dat doe ik niet blindelings, maar ik ben er bewust mee bezig.”

Onder leiding van trainer Ron Jans legde Mokotjo bij PEC Zwolle beslag op zowel de KNVB Beker als de Johan Cruijff Schaal. Zijn goede spel viel niet alleen FC Twente ook, maar resulteerde in zijn debuut voor het nationale elftal. Inmiddels staan er twee interlands achter zijn naam. Vier minuten speelde Mokotjo tegen Mozambique, terwijl hij in de basis begon tegen Spanje. “Mijn debuut was kort, maar ik speelde wel goed. Ik heb de bal 25 keer geraakt en dat is veel. Het debuut was een speciaal gevoel voor mij, want daar heb ik op zitten wachten.”

Nationale ploeg
Bij Bafana Bafana speelt ook voormalig Twente-speler Bernard Parker. “Hij is nog altijd nieuwsgierig naar FC Twente. Hij mist de club en wenst FC Twente het allerbeste en had hier graag een betere tijd gehad”, legt Mokotjo uit, die steeds bekender wordt in zijn geboorteland. “Ik denk dat ze me nu wel goed kennen in Zuid-Afrika. Door mijn debuut voor het nationale team en mijn transfer naar FC Twente ben ik bekender geworden. Mijn transfer naar FC Twente wordt overal in Zuid-Afrika besproken. De club is daar bekend dankzij Bernard Parker. Hij is een belangrijk figuur in mijn vaderland. Dankzij Parker kennen ze Twente in Zuid-Afrika en ik help het verder uit te bouwen.”

De speler is al enige tijd in Nederland, maar wat opvalt is dat Mokotjo zijn interviews in het Engels doet. De defensieve middenvelder heeft geen problemen met het verstaan van de Nederlandse taal, maar geeft de voorkeur aan het antwoorden in het Engels. Desondanks kan Mokotjo zich wel redden in het Nederlands. “Ik versta de taal en weet wat er bedoeld wordt. Ook de regels ken ik inmiddels, dus kom nooit te laat”, geeft hij met een glimlach gratis advies. “Ik kan wel Nederlands praten, maar dat gaat traag. Daarom antwoord ik in het Engels. In Zuid-Afrika spreken we Afrikaans en als ik Nederlands praat combineer ik dat veel met het Afrikaans. Ik heb op school Engelse les gehad en vond het niet nodig om Afrikaans te leren, omdat ik dat al goed genoeg kon. Ik heb dan ook geen Nederlandse lessen.”

Een belangrijke rol in het leven van Mokotjo speelt het geloof. De middenvelder is in Zuid-Afrika christelijk opgevoegd. Tijdens zijn jeugd bezocht de speler veelvuldig de kerk. Op dit moment heeft hij daar minder tijd voor, omdat hij op zondag een wedstrijd heeft of moet trainen. “Ik ben erg gelovig. Toen ik klein was, ging ik altijd naar de kerk met mijn grootouders en nichten en neven. Ik bekijk nu vooral diensten die in Zuid-Afrika gegeven worden online terug. Daar haal ik kracht uit. Voor mij is het mentaal belangrijk. Het zorgt dat ik rustig word. Voor de wedstrijd bid ik en dan vergeet ik even alles om mij heen. Daarna voel ik me een stuk kalmer.”

Niet te statisch 
Mokotjo vindt zijn overzicht en zijn veelvuldige aanwezigheid één van zijn belangrijkste eigenschappen in het voetbal. “Ik ben een speler die altijd de bal wil hebben om het spel te verleggen. Het is mijn doel om het spel gaande te houden. Het moet niet te statisch worden. Het is belangrijk dat iedereen goed beweegt. Daarom probeert ik altijd aanspeelbaar te zijn”, zo omschrijft Mokotjo zijn eigen spel. “Ik denk dat ik goed ben in het anticiperen. Ik heb vrij snel door waar de tegenstander de bal gaat spelen. Voor mij is het belangrijk om het verschil te maken. Daardoor haal ik plezier uit het spel. Ik weet dat ik veel risico’s neem, maar als ik op veilig speel dan voel ik me niet goed. Ik neem daarvoor mijn verantwoordelijkheid.”

Net zoals vele anderen was Mokotjo al op jonge leeftijd met voetbal bezig. Hij heeft van zijn hobby echt zijn werk gemaakt. Toch beseft hij tegelijkertijd dat het voor hem werk is wat hij uiterst serieus neemt. “Als ik uit school kwam of een pauze had, was ik alleen maar met voetbal bezig. Die mentaliteit heb ik nog steeds, alleen zit ik nu gelukkig niet meer op school. Ik zie het ook als werk, omdat je het fulltime doet. Je kunt elk moment geblesseerd raken en daarom moet ik mijn baan en lichaam respecteren. Ik ga daarin tot het uiterste en zorg goed voor mijn lichaam. Je moet respecteren wat je doet, want je lichaam is je motor.”

Gouden stap
De aanwinst hoopt dit seizoen een belangrijke rol in Enschede te vervullen. “Op dit moment focus ik mij op FC Twente en ik doe ik mijn best voor deze club. Dit kan na PEC Zwolle de volgende gouden stap worden. Ik wil mij eerst bewijzen tegenover de supporters van FC Twente. De mensen moeten het leuk vinden om naar mijn spel te kijken, dat is het belangrijkst voor mij. Dat is ook de speler die ik ben. De club komt altijd voorop.”

Vrije tijd
Mokotjo vindt het prettig om in zijn vrije tijd te genieten van de rust. Hij houdt zich dan voornamelijk bezig met slapen, het kijken van films en series of het lezen van boeken. “Ik ben een rustig persoon. Ik lees bijna elke dag de bijbel. Daar kan je veel van leren. Op dit moment lees ik ook boeken van Paulo Coelho, dat is een Braziliaanse schrijver. Bovendien ben ik een liefhebber van biografieën van bijvoorbeeld Andrea Pirlo, Michael Jordan en Mike Tyson. Je kunt leren van de ervaringen van anderen. Maar je moet wel je eigen fouten maken als persoon.”

Geplaatst in Eigen werk

Gedreven door muziek naar de top

Weinig muzikanten kunnen zeggen dat ze een optreden op het bevrijdingsfestival en een optreden voor het koningspaar achter hun naam hebben staan. Niek Bults (21) heeft het inmiddels van zijn to-do list geschrapt. Met de groep De Pioniers begint de Nijverdaller steeds meer naam te maken in Nederland. Dat Niek de muziekwereld in zou trekken, is  geen verrassing te noemen. De vader van Niek speelt gitaar en een oom van hem is beroepsmuzikant.

Vroeg begonnen
Op het moment dat Niek de leeftijdsgrens van dertien passeert wordt hij al gegrepen door het ‘muziekvirus’. Zijn wortelen liggen niet bij de rapscene, maar bij het ‘jumpen’. Met een paar vrienden trad Niek meerdere malen op. Daarmee legde Niek de basis voor zijn ontwikkeling in de muziek en zijn uiteindelijke stijgende lijn met De Pioniers. “Hij heeft rond die leeftijd jaren op breakdancen gezeten en moest daarvoor wel eens optreden”, voegt de moeder daaraan toe. Het leek dan ook vanzelfsprekend dat Niek zou gaan optreden, maar De Pioniers is per toeval ontstaan. “Ik kwam met Niek in contact toen ik tijdens een optreden geen back-up had. Hij heeft me toen geholpen en vervolgens zijn we bezig gegaan om samen iets neer te zetten wat is uitgemond in De Pioniers”, legt mede-Pionier Elmar Kelder uit. Voordat De Pioniers ontstond was Niek voor zichzelf bezig onder de naam ‘Accent’. “Beats downloaden van het internet en rappen maar, op een microfoon die bedoeld was voor instrumentale opnames”, legt goede vriend en medemuzikant Nico Eikelboom uit. De echte doorbraak kende Niek met De Pioniers onder het nummer Katz Hard. Doormiddel van een clip is dat nummer via YouTube te beluisteren. Het viel al snel in de smaak bij de luisteraars.

Gedreven
Dat Niek gedreven is, blijkt wel uit de gesprekken met zijn vrienden. Een algemeen advies luidt dat hij het soms eens wat rustiger aan zou kunnen doen. “Hij neemt soms te veel hooi op zijn vork”, vertelt vriend Nico met een glimlach. “Wat rustiger aandoen zou hem goed doen. Ik weet niet hoe gestrest hij is, maar als ik hoor hoe vaak hij weg of bezig is dan klinkt dat ongezond.” De gedrevenheid van Niek komt naar voren als het gaat om het zelf produceren van muziek. “Niek kan zich verbeteren in het weggeven van dingen. Het liefst bedenkt hij een ‘project’ en voert hij die zelf uit. Als je één project hebt kan dit wel, maar als je het druk hebt, moet je soms dingen uit handen geven”, sluit Elmar zich aan bij Nico. “Hij kan wel z’n rust in de muziek vinden”, relativeert moeder Jeannette.

Niek zit voor zijn studie in Delft, maar dat houdt hem niet tegen als het gaat om het maken van muziek. Het komt regelmatig voor dat de rapper terugkomt naar Nijverdal om op te treden of te oefenen met De Pioniers. Het drukke leven als student en muzikant dwong Niek de beslissing te nemen te stoppen met basketballen. Als alternatief bezoekt Niek nu regelmatig de sportschool. Zijn moeder zag de muziek het uiteindelijk winnen van het sporten. “Niek houdt ontzettend van naar muziek luisteren en zelf muziek maken. Daarin ligt z’n grootste drive. Sporten deed hij met name voor de gezelligheid in teamverband.”  Zijn vriend Nico vindt dat Niek in het verleden al genoeg aan sport heeft gedaan. Hij maakte onder meer kennis met taekwondo, skateboarden en breakdancen. “Tijd voor wat anders denk ik”, zegt Nico met een knipoog. “En live optredens zijn ook topsport!”

De grootste drijfveer van Niek is volgens Elmar de liefde voor muziek. “Toen we net begonnen, stuurde hij continu muziek naar mij waarvan ik het bestaan niet wist. Hij wist er dan een heel verhaal bij te vertellen.” De moeder van Niek vult aan: “Niek is erg muzikaal en het samenwerken met andere muzikanten vindt hij geweldig.”

Toekomst
Niek zit met De Pioniers in een fase waarin ze groeiende zijn. De groep en hij vergaren steeds meer bekendheid. Daardoor mochten ze onder andere tijdens het bevrijdingsfestival optreden en heeft het koningspaar ook al van Niek zijn rapkwaliteiten genoten. Zijn moeder verwacht niet dat Niek voor altijd in de muziek blijft hangen en daar zijn beroep van wil maken. “Zijn studie vind ik belangrijk en voor Niek is dat ook zo. Ik heb hem altijd meegegeven dat zijn studie voor gaat. Hij kan wellicht van zijn hobby een beroep maken, maar ik verwacht niet dat hij dat doet. Zijn bedoeling is om een goede baan te krijgen”, aldus Jeannette. Die daaraan toevoegt dat ze denkt dat De Pioniers verder zullen groeien in Nederland. Niek maakt samen met Elmar deel uit van De Pioniers, maar de verwachting van Elmar is dat Niek uiteindelijk zijn eigen pad zal kiezen. “Dat hoop ik wel voor hem. Het is moeilijk om te zeggen wat hij over tien jaar doet. Niek kan zich zeker verder ontwikkelen. Niek weet precies wat hij wil en dat maakt hem sterk.”

“Het meeste dat Niek in zijn leven heeft gedaan is succesvol geweest, dus dat zal in de toekomst niet anders zijn als hij zo doorgaat. Ik verwacht dat hij uiteindelijk zijn eigen weg kiest, maar wanneer is niet te zeggen. Je kunt niet tot je veertigste blijven optreden. Ergens zal een split-up plaatsvinden. Op dit moment moet hij vooral zo doorgaan en netwerken”, adviseert goede vriend Nico. “Dat is een punt wat ik van Niek kan leren. Hij is goed in netwerken.”

Geplaatst in FC Twente

“Mooi om te zien dat ik altijd welkom ben”

Tussen 1996 en 2001 speelde Jan Vennegoor of Hesselink in het shirt van FC Twente. Vervolgens maakte hij de overstap naar PSV om via Celtic, Hull City en Rapid Wien in 2012 zijn loopbaan als professioneel voetballer in Eindhoven te beëindigen. De voormalig spits van FC Twente heeft sindsdien niet stil gezeten en geniet volop van zijn vrije tijd. Zo is hij bezig met het bouwen van een eigen huis in Oldenzaal,  speelt hij op zondag zijn wedstrijden voor Quick’20 6, fietste de goalgetter mee tijdens de Alpe d’HuZes en slaat hij een balletje op de golfbaan.

vennegoor

“Het is nu anderhalf jaar geleden dat ik ben gestopt en heb sindsdien altijd wel wat om handen gehad. In het begin heb ik vooral veel op de fiets gezeten en met vrienden de Alpe d’HuZes gefietst, maar na een half jaar vond ik het ook wel weer mooi geweest wat betreft wielrennen. Toen begon het voetbal weer te kriebelen. Het eerste jaar dat ik gestopt was heb ik geen bal aangeraakt en dat beviel me goed, maar nu speel ik weer op zondagochtend wedstrijden. Ik heb de afgelopen periode vooral gebruikt om te reizen en veel op vakantie te gaan met mijn kinderen. Uiteindelijk ga ik wel weer aan de slag, maar nu heb ik nog de vrijheid die ik als voetballer niet had. Hoewel ik een fantastisch leven had als professioneel voetballer. Van het zwarte gat heb ik verre van last. Ik heb nu zelfs meer dingen op de agenda dan ik als voetballer had.”

Vennegoor of Hesselink nam voor zijn gevoel op het goede moment afscheid als voetballer. “Mijn lichaam was op, mijn linkerknie hielp ook niet meer mee. Ik wilde op een goede en leuke manier stoppen en dat heb ik gedaan. Daar heb ik absoluut geen spijt van. Het was goed dat ik me met andere dingen ging bezig houden.” De voormalig international van het Nederlands elftal miste in het begin het kleedkamer gevoel. “Dat is nu terug omdat ik weer voetbal. Het kleedkamergevoel is overal hetzelfde. Dat heb je in elk soort elftal, van professionals tot amateurs. Het zijn toch allemaal kerels onder elkaar en dan wordt er gelachen en geouwehoerd.” Een toekomst in de voetballerij sluit de aanvaller niet uit. Hij ziet zichzelf echter eerder buiten het veld aan de slag gaan, dan dat hij als trainer voor een groep staat. “Er zijn hier en daar wel contacten. Ik ben me aan het oriënteren. Op dit moment ben ik eerst met andere dingen bezig, waardoor ik niet de intentie heb om direct ergens aan de slag te gaan. Zoiets als scout zou me wel trekken. Het ligt er ook aan wat er op je pad komt.”

De voorhoedespeler heeft nog altijd contact met mensen van FC Twente en komt regelmatig een wedstrijd bezoeken. “Het is mooi om te zien dat ik altijd welkom ben. Dat geeft een goed en warm gevoel. Sinds ik weg ben is er veel gebeurd en dat valt alleen maar te prijzen. Dat is fantastisch om te zien.” Over de vraag wat voor Vennegoor of Hesselink het mooiste moment was bij de Tukkers hoefde hij niet lang na te denken. “Dat is natuurlijk de bekerfinale. Toen was het nog niet zoals het nu is. Destijds speelden we in de middenmoot en was het elk seizoen hard bikkelen. We waren in de bekerfinale zwaar de underdog en dat was voor mij en de anderen een fantastische ervaring. Daar kun je een jongensboek over schrijven. Dat zal ik nooit vergeten.”

Door: Robin Tibbe
Publicatie: FC Twente Inside

Geplaatst in Voetbal.com

“Uitleg gehad waarom ik werd gewisseld”

Denis Mahmudov voelt zich momenteel helemaal op zijn plek bij PEC Zwolle. In de winterstop maakte de vleugelaanvaller de overstap van Excelsior’31 naar de eredivisieclub. Vooralsnog bevalt het Mahmudov in Zwolle en wist hij zich razendsnel aan te passen aan het spelniveau van zijn huidige werkgever.

“Het bevalt mij goed. Ik heb het naar mijn zin en ik maak minuten. Ik scoorde in de beker direct twee keer en dat is lekker binnenkomen. Die lijn moet ik doortrekken”, vertelt Mahmudov in gesprek met Voetbal.com. De voorhoedespeler had niet verwacht nu al twee basisplaatsen achter zijn naam te hebben staan. “Ik speel meer dan verwacht, want ik heb toch vier jaar bij de amateurs gespeeld. Dit is dan een stap hoger, maar ik heb het gevoel dat het redelijk gaat. Het heeft wel tijd nodig. Je kunt zien dat ik nog niet mijn acties kan maken, maar dat komt vanzelf.”

Mahmudov had naar eigen zeggen geen moeite zich het eredivisieniveau eigen te maken. “Met het niveau heb ik geen moeite, want ik heb met AGOVV Apeldoorn in de Jupiler League gespeeld. In de Eredivisie krijg je bovendien meer ruimte en is het voetballend makkelijker dan de Jupiler League, daar is het toch meer beuken. In de Eredivisie heb je goede spelers om je heen en kan je makkelijker meekomen. Ik heb het gevoel dat ik dit niveau aankan.”

Afgelopen weekeinde beleefde Mahmudov een mindere speelronde. De winteraankoop werd voor rust al naar de kant gehaald. “Ik heb uitleg gehad waarom ik werd gewisseld en dat het vooral tactisch was. Voor een speler is het nooit leuk om gewisseld te worden en zeker niet als het net voor rust is. Dan moet je daarna zo snel mogelijk een knop omdraaien en doorgaan. Als je slecht speelt en dan wordt gewisseld is het erger, maar ook nu was het niet fijn. Het is prettig dat dan wordt uitgelegd dat het niet aan jezelf ligt, maar dat het een tactische keuze was.” Mahmudov zal tegen NEC echter niet in de basis starten. “Ik speel morgen niet. Ryan Thomas staat er in en ik hoop natuurlijk dat ik mag invallen.”

Mahmudov denkt NEC zaterdagavond in de counter te kunnen aftroeven.”We verwachten dat ze druk gaan zetten. Zij moeten winnen want ze staan bijna onderaan. Ze komen naar ons voor de drie punten. Ik denk dat wij daar in de counter gebruik van kunnen maken. We moeten gewoon ons eigen spel spelen en wachten op onze kansen en die afmaken.” Een overwinning zou PEC Zwolle weer een stap dichterbij de play-offs voor Europees voetbal brengen. “We hebben een goed voetballende ploeg en kunnen de play-offs halen. We hebben nog twee manieren om Europees voetbal af te dwingen, want we zitten ook in de halve finale van de KNVB Beker.”

Door: Robin Tibbe
Publicatie: Voetbal.com